Direct reserveren?

Vroeger

Begin zeventiende eeuw ontwikkelde de stad Groningen zich tot een stad met zowel militaire als economische betekenis. Dit laatste is onder andere te danken aan de waterverbinding met de Hunze, ontstaan door een nieuwe sluis en doorvaartverbinding. Hierdoor onstond een nieuw havengebied rond het Schuitendiep, dat voornamelijk door schippers en winkeliers bewoond werd. Dit nieuwe gebied werd het Schuitenschuiverskwartier genoemd. Het pand aan het Schuitendiep 42 maakte daar deel van uit.

Het pand werd altijd bewoond door twee gezinnen, Schuitendiep 42 en Schuitendiep 42a. Kleine ondernemers die met hun ambacht of waar het geld verdienden. Van horen zeggen hebben we begrepen dat er onder andere een tinsmederij, lompenhandel en groenteboer in hebben gewoond. Pas aan het begin van de twintigste eeuw werd het huis als geheel bewoond.

Tot halverwege de twintigste eeuw was er in de buurt nog veel bedrijvigheid te vinden. Er waren veel kleine ondernemers die van huis uit hun waar verkochten. Vanaf begin jaren vijftig verdween de handel via het water geleidelijk en daarmee ook de handel. De gracht behield enkel nog de functie van aanlegplaats voor woonschepen. De oude panden verpauperden doordat er geen geld was voor onderhoud. Veel oude panden werden afgebroken en ervoor in de plaats kwam nieuwbouw.

Ook het pand aan Schuitendiep 42 raakte in verval. De arkeneel met gemetselde halsgevel viel aan het begin van de twintigste eeuw al beetje bij beetje uit elkaar en ondanks de restauratie in 1903 was de arkeneel tien jaar later volledig verdwenen. In 1949 moest de potkast er ook aan geloven; de gemeente wilde de rijweg verbreden en zag deze als een verkeersobstakel en liet hem weghalen.

Al sinds circa 1920 werd het pand bewoond door de familie Steen. Zij waren kleinhandelaren en verkochten van alles en nog wat; van fietsen tot aardappelen en ijsstaven. Nadat de heer Steen in 1962 overleed, bleef mevrouw Steen nog een poosje aan het Schuitendiep wonen, maar op den duur verhuisde ze alsnog. Hierna is het pand nog een paar keer van eigenaar gewisseld, totdat het in 1972 slechts nog als opslagruimte gebruikt werd.

Uiteindelijk werd het pand in 1976 als Rijksmonument aangewezen en volledig gerestaureerd. Dit is aan de enorme inzet van de heer Warmolt Brouwer te danken geweest, de toenmalige eigenaar van het pand. Hij verzocht de monumentenzorg het pand als rijksmonument op te nemen en schreef een overtuigend betoog over de historische/culturele waarde van het pand. Na drie jaar werd er door de monumentenzorg groen licht gegeven en kon het pand gerestaureerd worden. De kosten bedroegen toen al 151.000 gulden. De restauratie werden gedeeltelijk gesubsidieerd; de heer Brouwer ontving 25.000 gulden van de gemeente en 25.000 gulden van de staat. De fundering van de oude potkast werd opgegraven, zodat deze op de juiste plaats opgebouwd kon worden. Ook de halsgevel werd in ere hersteld. Het pand heeft hierna nog jarenlang als woonhuis voor verschillende gezinnen gediend, tot het in 1992 de functie van eetcafe kreeg, gerund door Pol Damen (Pol’s bistro). Hij kookte beneden en woonde boven. In 1994 werd ook de binnenkant van het pand geheel opgeknapt en de keuken naar boven verplaatst. Dit is het moment dat het pand daadwerkelijk de functie van restaurant krijgt.